»LIMONOW«


von
Emmanuel Carrère



Die unautorisierte Webseite zum Buch.
Von den Machern von Limonow.de

zurück

Limonov: prins van de Russische underground

Ariejan Korteweg

Edward Limonov was dichter, zwerver en dissident tegen wil en dank. Down and out in New York, gevierd in Parijs, gearresteerd in Moskou: het deert Limonov niet.

Het is oktober 2006. De Franse schrijver en journalist Emmanuel Carrère reist naar Moskou om een verhaal te maken over Anna Politkovskaja, de verslaggeefster die kort daarvoor is vermoord op de trappen van het flatgebouw waar ze woonde, vermoedelijk vanwege haar kritische artikelen.

Vier jaar eerder, in dezelfde tijd van het jaar, keek de wereld geschokt toe hoe Russische speciale troepen een einde maakten aan de gijzeling in een Moskous theater, waar de musical Nord-Ost werd gespeeld. Bij de bevrijdingsactie kwamen niet alleen alle gijzelnemers, maar ook veel gijzelaars om het leven. De gijzeling wordt sindsdien elk jaar bij het theater herdacht.

Carrère besluit een kijkje te gaan nemen bij de herdenking. Hij ziet een paar honderd mensen met kaarsjes, en bovenaan op de trappen van het theater een figuur in een zwarte jas, die hem vaag aan een bendeleider doet denken. Als de figuur zich omdraait, weet Carrère wie het is: Limonov.

Edward Limonov kent hij uit diens Parijse jaren (1980 tot 1989) als een ster- auteur. Zijn roman Le poète russe préfère les grands nègres (De Russische dichter houdt van grote negers) was een succès de scandale. Russische dissidenten waren doorgaans stoffige types met baarden, die afgaven op het communistische regime. Maar Limonov was een geval apart. Zijn held was Johnny Rotten, Solzjenitsyn vond-ie een ouwe lul, hij leek terug te verlangen naar het communisme van Stalin en beschreef zijn eigen leven met de energie van een Russische Jack London. Carrère, die net voorzichtig kwam kijken in de literaire wereld, had hem geïnterviewd. «Limonov was onze barbaar, ons boefje - we droegen hem op handen».

Later, als het communistisch systeem uit elkaar valt, neemt het leven van Limonov zijn zoveelste bizarre wending. Hij reist af naar de Balkan, trekt naar Vukovar, Sarajevo en de Servische republiek van Krajina. Aanvankelijk als journalist, later neemt hij zelf de wapens ter hand. Altijd lijkt hij de kant te kiezen die in het Westen op de minste sympathie kan rekenen. In een BBC-documentaire is te zien hoe hij, onder de welwillende blikken van Karadzic, Sarajevo onder vuur neemt.

Over die fascinerende figuur besluit Carrère een boek te schrijven. Een roman kun je het boek eigenlijk niet noemen, Limonov blijft tamelijk dicht bij de werkelijkheid. Een biografie is het ook niet, daarvoor veroorlooft de schrijver zich te veel vrijheden; hij laat zijn twijfels over de hoofdpersoon doorschemeren en vraagt zich openlijk af of het wel zo'n goed idee was een boek te willen schrijven over een man met zulke dubieuze opvattingen.

In zekere zin zou je Limonov een geschiedenisboek kunnen noemen. Dat komt doordat Carrère als weinig anderen de kunst van het verhalend meanderen verstaat. Aan de hand van zijn hoofdpersoon vertelt hij heel veel over het Rusland van de afgelopen zestig jaar en over de woelingen van de Russische geest. Wie het boek uit heeft, begrijpt beter waarom de Russen voor westerlingen zo onnavolgbaar zijn.

Edward Limonov komt van ver. Hij groeit op in Saltov, een verre buitenwijk van Kharkov in de Oekraïne, als zoon van een beroepsmilitair. Charkov wordt de stad die hij in zijn jeugd onveilig maakt. Hij sluit zich aan bij een jeugdbende en maakt met de gedichten die hij schrijft indruk op de leider. Niet alleen op hem trouwens: ook de meisjes bezwijken voor de jonge knappe dichter. Later, in Moskou, zal het niet veel anders zijn. Limonov wordt de prins van de underground en trouwt met de knappe Elena, die hij kaapt van een hoge ambtenaar. Met haar emigreert hij naar het Westen. Zijn vertrek uit Rusland valt samen met dat van Solzjenitsyn. Maar anders dan hij vertrekt Limonov vrijwillig. Sterker: hij heeft enorme zin om met zijn schone Elena New York op stelten te zetten.

Rijk zal hij nooit worden, vaker raakt hij de bodem van het bestaan. Als Elena, die droomt van een carrière als mannequin, hem verlaat, slaat Limonov los van de ankers. Hij slaapt buiten of in beschimmelde pensions, een enkele keer inderdaad in gezelschap van grote negers. En hij begint te schrijven. Over zijn leven, over zijn ervaringen als assistent van een van de rijkste mannen van de stad, over zijn jeugd in Rusland.

Die boeken voeren hem naar Parijs, en uiteindelijk terug naar Rusland, waar hij de aanvoerder wordt van de nasbols, de nationaal-bolsjewieken, een groepje jongeren met kaalgeschoren koppen, puisten en bomberjacks dat elkaar treft in een gebouw dat ze «de bunker» noemen. Hij neemt deel aan de verkiezingen, zoekt even aansluiting bij presidentskandidaat Kasparov en begint een trainingskamp voor zijn pupillen in de Altaj, waar ze zich bekwamen in lijf-aan-lijf gevechten.

Uiteindelijk hebben de Russische autoriteiten er genoeg van. Limonov en een handjevol nasbols gaan achter de tralies. Die gevangenschap, die bijna twee jaar zal duren, doorstaat hij met dezelfde opgewekte discipline waarmee hij alle wisselvalligheden van het leven ondergaat. Als hij uit het kamp Engels komt, is hij ongebroken.

Sindsdien schrijft Limonov, net als Politkovskaja, pamfletten tegen Poetin, de voormalige KGB-baas die volgens Carrère zoveel op Limonov lijkt. «Net als Edward is hij kil en berekenend, weet hij dat de mens een wolf is voor zijn medemens, gelooft hij alleen in het recht van de sterkste», schrijft Carrère. «Maar in tegenstelling tot Edward is hij geslaagd. Hij is de baas».

Limonov is niet de persoon om zich daarbij neer te leggen. Na de herverkiezing van Poetin gingen vorige week tienduizenden Russen de straat op, een paar honderd werden opgepakt. Edward Limonov was een van hen.


«Volkskrant», 24.03.2012

Eduard Limonow

Original:

Ariejan Korteweg

Limonov: prins van de Russische underground

// «Volkskrant» (nl),
24.03.2012