Nederland

Eduard Limonov

Nederland

limonka

Over Limonov en andere fascisten

Markus Mathyl

Markus Mathyl (geb. 1964), juist voorde «Wende» als 25-jarige uit de DDR naar het Westen gekomen, studeert pedagogiek, filosofie en Russisch aan de universiteit van Hamburg. In oktober 1993 ging hij naar Moskou om iets te doen voor de anarchistische beweging in de GOS. Gedurende het jaar dat hij daar doorbracht, verdiepte hij zich tegelijk in de extreem-rechtse bewegingen, die hij als zeer bedreigend ervoer, waarschijnlijk mede door zijn ervaringen in de DDR. Over verschillende aspecten van Russisch ultrarechts publiceerde hij al in het FAU-blad «Direkte Aktion» en in «Schwarzer Faden». De bedoeling was dat hij voor dit AS-nummer een overzichtsartikel zou schrijven met cijfers over omvang en receptie van die bewegingen omdat schokkende of treffende uitspraken op zich niets zeggen over wat van een beweging te verwachten valt (anders hadden wij, of in ieder geval degenen die het leven ervan afgebracht hadden, al lang in een christelijke, islamitische, trotzkistische, stalinistische of andere monolithische wereld geleefd). Zijn aanstaande afstuderen heeft Markus echter niet de nodige tijd gelaten om zulk een artikel op tijd te schrijven. In plaats daarvan stuurde hij onderstaand artikel, dat hij schreef voor het underground literair tijdschrift «Der Störer». (BM)

Moskou, 12 april 1995, In een grote ijssporthal vindt vandaag een concert plaats in de serie «Russische Doorbraak». Boven het podium een grote rode vlag met in het midden een witte cirkel waarbinnen een hamer en sikkel op de plaats waar meer naar het Westen zestig-zeventig jaar geleden een hakenkruis zou hebben gestaan. De overeenkomst is niet toevallig. Voor de ideologen achter dit evenement staat het nationaal-socialisme model voor de derde weg tussen kapitalisme en communisme die hun voor ogen staat.

Op aanwijzing van de spreker, die het territorium van de hal eerder tot bevrijd gebied heeft verklaard, gaan de lichten uit en neemt Eduard Limonov, het enfant terrible van de Sovjetrussische letteren, het woord: «Onze tekens hangen aan de wand» — «Ons doel: de Russische nationale revolutie!» — «Een Russisch Rusland» — «Rusland voor de Russen!» «De russificering van Rusland!» — «Wij zijn de grootste blanke natie van Europa!» — «Wij zijn met zijn 130 miljoen!» «We hebben recht op een Russische staat!» — «Heil Rusland!» — «Onze held: maarschalk Zjoekov!» — «Kalasjnikov!» «Stetsjkin!— «Onze leuze: wet en orde!» «Een nieuwe orde, een Russische orde!» — «God is met ons, de rock is met ons!» «Jegor Ljetov is met ons!» — «Alexander Barkasjov is met ons!» — «Viktor Anpilov is met ons!» — «Sta klaar als het uur van de Russische nationale revolutie aanbreekt!».

Elk van deze uitroepen wordt gevolgd door gejoel en fanatiek applaus van het merendeels jonge publiek, dat geenszins uitsluitend uit geüniformeerde nazi's bestaat. In meerderheid zijn het zelfs punks die gekomen zijn om de avantgarde van de zogenaamde nationaal-communistische rookbeweging te zien. Vanavond treden de bands Rodina (Vaderland) en Grazjdanskaja Oborona (Burgerwacht) op. Opwarmer Eduard Limonov kondigt de optredens ook aan. Alleen al zijn uiterlijk: baseballpet en leren jack, onderscheidt hem duidelijk van traditionele Russische nationalisten zoals leider Wassiljew van «Pamjat», voor wie rockmuziek altijd een produkt van «duistere duivelse (zionistische) krachten» was en die nu varkens fokt in een echte Russische «obsjtsjina» in plaats van het commando te voeren over zwarthemden. Zou iemand mij vragen wat Eduard Limonov eigenlijk voor iemand is, dan zou ik in eerste instantie antwoorden: een Russische fascist! Maar dat is slechts één aspect van zijn persoonlijkheid.

Nu nationalisme en imperialistisch chauvinisme steeds duidelijker de alles overheersende ideologie van post-communistisch Rusland zijn geworden, is het belangrijk Limonov te zien als iemand die met kop en schouders uitsteekt boven het leger van degenen die zijn uitgetrokken om Rusland te redden. Limonov is niet alleen politiek activist maar ook succesvol auteur. Zijn laatste boek «Limonov tegen Zjirinowski» verscheen in Rusland in een oplage van 200.000 exemplaren, een aantal waarvan de meeste Russische schrijvers sinds de perestroika alleen maar kunnen dromen. Het is echter niet zo zeer zijn schrijverschap dat hem een soort voorkeurspositie geeft boven zijn aanhangers en medestrijders — er zijn wel meer nationaal-patriotten die hun bedenksels uitgegeven krijgen — als wel het feit dat hij vele jaren in het Westen heeft gewoond. Hij heeft geleerd een image te verkopen en de media steeds opnieuw voor zijn karretje te spannen. Slechts weinig Russische nationaal-patriotten zijn in het Westen geweest en hun soms krasse uitspraken over «het Westen» berusten eenvoudig op onwetendheid.

Limonov is in 1975 gedwongen naar New York vertrokken en heeft ook nog enige tijd in Frankrijk gewoond. Hij was zijn land uitgezet wegens zijn «de Sovjetmoraal ondermijnende» poëzie en proza, die ook «de zuivere betrekkingen tussen de hard werkende mensen onderling bevuilden». Geschriften van hem uit de jaren 1967–1974, die in zijn vaderland als samizdat van hand» tot hand waren gegaan of waren overgetypt, zijn in 1979 bij emigrantenuitgeverij Ardis in Michigan verschenen. Zijn ervaringen in het Westen verwerkte Limonov vooral in zijn bekendste roman «Eto ja, Editsjka» (Dat ben ik, Editsjka, 1979 — de Duitse vertaling kreeg de veelzeggende titel «Fuck off Amerika»); hij schildert hierin het precaire leven dat hij als Russisch emigrant in het rijke New York te leiden had. Andere boeken van hem, ook geschreven uit het perspectief van een verliezer, werden cultboeken in de Sovjetrussische hippyen punkwereld.

Anti-Аmerikanisme

Limonovs literaire geschriften vertoonden tot het begin van de jaren tachtig geen racistische en nationalistische trekken maar verschillende elementen uit zijn Eto ja, Editsjka zijn steeds weer terugkerende thema's in zijn latere boeken en in zijn politieke uitspraken. Het eerste wat opvalt is zijn sterk anti-Amerikaanse gezindheid — ongetwijfeld toe te schrijven aan zijn ervaringen aan de onderkant van de Amerikaanse maatschappij — omgeslagen in een bijna volledig goedpraten van de stalinistische Sovjetunie en in een groot Russisch chauvinisme gepaard aan anti-westers cultuurpessimisme.

Vooral dat laatste brengt hem in de buurt van nieuw-rechts, dat in de gedaante van nieuwe Euraziërs sinds de ontbinding van de Sovjetunie met succes de politieke koers van de Russische nationaal-patriotten bepaalt. Hun droom van een «Eurazisch Sovjetimperium van Vladiwostok tot Dublin» mag een absurd waanidee lijken, de achterliggende droom van een nieuw blok waarvan Rusland het centrum vormt, is dat niet. Voor bepaalde invloedrijke kringen in de strijdkrachten en in de zakenwereld is zij zonder meer aantrekkelijk. Zijn charisma, vooral als leider van een in feite fascistische jeugdbeweging, die echter ook bewust naar links open staat om een zo breed mogelijk spectrum van activistisch revolterende jongeren aan zich te binden, maakt Limonov voor de nieuw-rechtse ideologen interessant. Zijn integratief vermogen en dat van andere vroegere aanhangers van westers getinte tegenculturen speelt in hun plannen een grote rol. Reeds als voorzitter van de «Nationaal-Radikale Partij» kondigde Limonov in 1992 in een televisieinterview de oprichting van een moderne nationalistische beweging aan die vooral voor jongeren aantrekkelijk moest zijn. Bij de verkiezingen voor de post van burgemeester van Moskou steunden hij en zijn partij de kandidatuur van de zanger van de bekendste Russische heavy metal band «Korrosia Metalla», Deze had herhaaldelijk de aandacht getrokken met uitspraken van het type «Negers zijn vuilnis» of «Er is meer sex nodig als we het blanke ras willen redden» en door zijn bewondering voor Hitler en Stalin, die «de maatschappij door administratieve maatregelen hadden verbeterd». De populariteit van de band heeft daar tot nu toe niet onder geleden.

Notulen over de vorming van een zogenaamd nationaalbolsjewistisch front uit het jaar 1992 laten zien hoe Limonov zijn doel trachtte te bereiken. Naast drie extreemrechtse organisaties behoorden ook groepen zoals de Beweging ter ondersteuning van Cuba en de Komsomol, de vroegere communistische eenheidsorganisatie voor jongeren, tot de ondertekenaars van de verklaring waarop dit links-rechtse verbond berustte en die er in hoofdzaak op neerkwam dat nationale en sociale revolutie hetzelfde zijn.

Geen wonder dat Limonov, samen met een andere tegenculturele activist van zijn Nationaal-Radikale Partij, de populariteit van Zjirinowski vooral onder jongeren hielp vergroten. In zijn laatste boek tegen Zjirinowski beschrijft hij uitvoerig de werkwijze van het schaduwkabinet van de leider van de «LDPR», waarin Limonov uitgerekend minister voor staatsveiligheid was. De voornaamste stelling in dit boek: «De laffe halfjood Zjirinowski kan geen leider van de Russische patriotten zijn» is erop gericht de potentiële Zjirinowski-kiezers in het kamp van de «echte» patriottische revolutionairen te krijgen.

Vertrouwend op het antisemitisme van zijn patriottische landgenoten probeert Limonov altijd en overal, zelfs bij de dwaast lijkende aanleidingen, te herinneren aan de «ware» («zionistische») zending van Zjirinowski met antisemitische metaforen zoals «Wie geen gevoel heeft voor de heroïsche gedichten van de meetings en demonstraties, wie niet geroerd wordt door volksoptochten, vlaggen, leuzen, toespraken, botsingen, vechtpartijen en het bij die vechtpartijen vloeiende bloed, is biologisch eenvoudigweg niet volwaardig. Zo iemand mist hartstocht, vuur, peper en zout, leven, zo iemand is een stuk zeep, geen mens.»

Ongeveer op het tijdstip dat dit boek verscheen en het een breuk met Zjirinowski veroorzaakte, ontstond een nieuw verbond, de Radicale Oppositie, de wieg van de «Nationaal-Bolsjewistische Partij», waarvan Limonov tot nu toe voorzitter is.

Wie zijn de «nieuwe» vrienden van onze Editsjka? Daar is Alexander Barkasjow, leider van de in sagen gehulde fascistische organisatie die in het najaar van 1993 gewapenderhand meestreed om de macht. Zijn «RNE» (Russische Nationale Eenheid) is op het ogenblik als de gevaarlijkste fascistische groepering in Rusland te beschouwen. Ze telt duizenden bewapende leden. Ook Alexander Doegin verdient vermelding. Hij geldt als de voornaamste ideoloog van de Russische nationaal-patriotten en werkt als hoofdredacteur van het rechtse theoretische tijdschrift «Elementy» nauw samen met het Franse nieuw-rechts. De derde in dit gezelschap is konterkulturtsjik (tegencultuurder) Jegor Ljetow, de zanger van «Grazjdanskaja Oborona». Zijn aanwezigheid in dit gezelschap van fascisme- en stalinisme-aanbidders is even hallucinerend als Limonow als KGB-minister: Ljetow werd louter wegens zijn teksten aan psychiatrische dwangbehandeling onderworpen, zoals in de Sovjettijd gebruikelijk was als lastige geesten tot zwijgen moesten worden gebracht. Bij zijn zwenking naar rood-bruin (ooit noemde Ljetow zich anarchist) zwenkte een groot deel van zijn ont politiseerde fans, vaak nog met een A in een cirkel op hun leren jacks, met hem mee.

In de oprichtingsverklaring van de Radicale Oppositie — gezien de stijl waarschijnlijk opgesteld door Limonow worden alle zogenaamde totaaltegenstanders van het systeem (rockers, anarchisten, nationaal-revolutionairen, sociaal-revolutionairen) opgeroepen zich bij haar aan te sluiten. Zij luidt verder: «De Voorzienigheid heeft onze overwinning een plaats gegeven in de logica van het wezen en de heilige traditie van ons grote volk… De wil van onze natie groot en vrij te zijn is sterker dan haar vijanden en dan alle dollars ter wereld. Wij roepen alle sterke mensen op hun vertrouwen in de pseudodemocratie op te zeggen… Radicalen en vijanden van het compromis, eis het onmogelijke!…»

Met begrippen als «tegenstanders van het systeem», «vijanden van het compromis» en vooral «nonconformisten» proberen de vormgevers van de «nieuwe beweging» de indruk te wekken moderner en vrijheidslievender te zijn dan bij hun mensverachtende fascistische ideologie past. Ze hebben daarmee zorgwekkend veel succes. In 1994 lukte het een rood-bruine jeugdbeweging van de grond te krijgen, waar niet alleen de populairste punk and heavy metal band van Rusland voor speelt maar die ook nagenoeg ongestoord groeit: de Russische tegencultuur reageert niet of sluit zich bij de nieuwe trend aan. Sinds eind 1994 bezit de beweging een eigen krant, «Limonka», Russisch slang voor «handgranaat» en tegelijk een woordspeling op de naam van de hoofdredacteur. Zij heeft een betrekkelijk bescheiden oplage van 15.000 exemplaren maar verschijnt wel regelmatig, elke twee weken. Naast Limonov, Ljetow en de steeds met het Duitse «Parteigenosse» aangeduide Alexander Doegin werkt ook een zekere Margo Führer mee, zij verzorgt de «afdeling feminisme».

Het eerste nummer van «Limonka» bevatte een artikel dat inging op de vraag: Wat doet de «Nationaal-Bolsjewistische Partij» als zij aan de macht komt? De vraag mag absurd klinken, maar de ten antwoord gegeven voorbeelden laten zien dat bijna uitsluitend en zeer opzettelijk op de angsten van de sterk verontruste bevolking wordt ingespeeld. Om de straatcriminaliteit te bestrijden wordt een soort sheriffsysteem voorgesteld, dat eigenlijk blokwachtersysteem zou moeten heten, omdat de plaatselijke politieman, zoals in de ergste stalinistische tijden, moet controleren wie er in zijn wijk wonen en hoe, en waar ze van leven.

Een ander artikel: «Wereldwijd Nationaal-Bolsjewisme», laat zien hoe Limonovs «Nationaal-Bolsjewistische Partij» binnen het Europese Bevrijdingsfront samenwerkt met overeenkomstige organisaties in West-Europa, die vooral in Frankrijk en Italië sterk heten te zijn. «Limonka» reageerde op de verwoesting van Grosny met «Hoera — Grosny is ingenomen» in grote letters op de voorpagina. Limonov heeft zelfs officieel voor censuur gepleit voor de duur van de oorlog en zag, evenals Mussolini, «oorlog als wedergeboorte van de natie».

Limonov is voor Russische journalisten nog steeds de talentvolle schrijver en niet de fascistische activist, ofschoon die twee aspecten in zijn laatste twee boeken een duidelijke eenheid vormen. Limonov leeft van de esthetisering van geweld en oorlog. In een van zijn laatste boeken schildert hij zijn deelname aan Servische zijde aan de gevechten om Vukovar en in Bosnië. Op een vraag van een journalist van een groot Moskous blad hoe hij zich tijdens de oorlog in Joegoslavië had gevoeld, antwoordde hij: «Oorlog is vrijheid. Oorlog is ongelooflijk bevrijdend». Waarna de interviewer niets anders meer te vragen wist dan «Schiet u goed?».


(Noot van de vertaler: «Gekrenkte zielen. Vrijheid in Rusland» van Hubert Smeets (Balans, Amsterdam 1993) bevat een uitgebreid interview met Limonov.)

// Rotterdam: anarchistisch tijdschrift «de AS»,
nr.111, zomer 1995,
ISSN: 0920-3257

Deze roman geeft een schitterend inzicht in de Russische ziel en de ontwikkelingen in Oekraïne

Tomas Vanheste

Soms kan een roman je dichter bij begrip van de absurde actualiteit brengen dan bergen journalistieke stukken. Emmanuel Carrères portret van de in Oost-Oekraïne geboren schrijver en strijder Edward Limonov werpt een verrassend licht op de ontwikkelingen in Oekraïne en Rusland.

In het geheim kwamen de presidenten van Rusland (Jeltsin), Oekraïne (Kravtsjoek) en Wit-Rusland (Sjoesjkjevitsj) op 7 december 1991 bijeen in een jachthuis in een woud nabij de Poolse grens. Terwijl ze wodka zopen, drukten ze elkaar op het hart dat hun drie republieken in 1922 de Sovjet-Unie hadden opgericht en nu dus ook het recht hadden die te ontbinden.

«Jeltsin was zo dronken dat de twee anderen hem naar bed moesten dragen en net voor hij in zijn roes wegzonk, belde hij nog George Bush (senior) om hem de primeur te brengen: «George, we hebben met de makkers een akkoord bereikt. De Sovjet-Unie bestaat niet meer».»

Deze versie van de ontmanteling van de Sovjet-Unie is te lezen in «Limonov» van de Franse schrijver Emmanuel Carrère. Het boek, dat in 2013 de Europese Literatuurprijs won, kreeg in de Nederlandse vertaling het etiket «roman». Maar al vertelt Carrère het verhaal met grote literaire schwung, de zoon van de gerenommeerde Franse Rusland-historicus Hélène Carrère d’Encausse heeft zich buitengewoon goed gedocumenteerd en ook deze scène lijkt waarheidsgetrouw. Ze stemt in ieder geval grofweg overeen met wat een getuige vertelde aan sterreporter — nu hoofdredacteur van «The New Yorker» — David Remnick, die dit optekende in zijn boek Resurrection: The Struggle for a New Russia (1997).

Op de dag dat de MH17 uit de lucht werd gehaald en zoveel onschuldige mensen het leven lieten, was ik op mijn vakantieadres «Limonov» aan het lezen. Zelden heb ik zo sterk het gevoel gehad dat een boek mij inzicht gaf in de absurde actualiteit. Onze onvolprezen hoofdredacteur Rob Wijnberg zei onlangs nog in een uitzending van het programma «Kijken in de ziel» dat hij «weinig romans» leest, want «daar zit geen stuk in.» Maar bij dit literaire werk is het tegendeel het geval: «Limonov» brengt je dichter bij begrip van de werkelijkheid dan stapels journalistieke stukken.

Hij wil horen bij de mensen die bereid zijn tot moord

Limonov, hij dook begin deze week nog in de krant op. «NRC Handelsblad» berichtte dat hij op een plein in Moskou een toespraak hield waarin hij de tegenstanders van Poetin verdacht of belachelijk maakte. Elke 31ste van de maand organiseert Limonov een protestbijeenkomst tegen het feit dat het Russische regime artikel 31 van de grondwet (vrijheid van vergadering en demonstratie) schendt.

Dat maakt hem tot dissident. Maar over Oekraïne denkt hij hetzelfde als het Kremlin. Al is hij nog radicaler. De lage opkomst bij de demonstratie verklaarde hij met het feit dat zijn «soldaten» nu in de Donbass aan het vechten waren. In zijn ogen zou Rusland de rebellen in Oost-Oekraïne nog meer moeten steunen. «Poetin is zijn durf kwijt. Ik hoop dat het tijdelijk is,» zei hij op het Moskouse plein.

In «Limonov» laat Carrère prachtig zien hoe een dergelijke denkwereld kan ontstaan. Limonov wordt als Edward Savenko op 2 februari 1943 geboren, kort na de slag bij Stalingrad, het keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. Men prent de jonge Edward in dat hij een kind van de overwinning is en dat hij het leven van een slaaf zou leven als de grote Stalin de nazi’s niet had overwonnen.

Edward groeit op in Saltov, een buitenwijk van industriestad Charkov, waar de meeste mannen ongeletterde alcoholisten zijn. Zijn vader heeft een armzalig baantje als onderluitenant. Tijdelijk organiseert hij als «nachtclubbaas» bij de NKVD culturele avonden. Maar dit fijne baantje, waarbij hij gitaar kan spelen en zingen, wordt hem afgenomen door een concurrent met minder talent. Daarna moet hij gevangen begeleiden naar strafkampen in Siberië, of naar het schavot.

Edward wil niet als zijn vader zijn, niet lullig leven als kleine functionaris van de ordediensten. Hij wil een vrij en gevaarlijk bestaan leiden, een mannenleven.

Op een dag slaat een jongen uit zijn klas hem tot moes. Als hij bont en blauw thuiskomt, troost zijn moeder hem niet. Heel goed, vindt hij later. Want:

«Er is iets fundamenteels tot hem doorgedrongen, namelijk dat er twee soorten mensen bestaan: mensen die je slaag kunt geven, en mensen die je geen slaag kunt geven, en als je ze geen slaag kunt geven, is dat niet omdat ze sterker zijn of beter getraind, maar omdat ze bereid zijn tot moord.»

Na een nachtelijk drinkgelag met zijn vrienden steekt hij een agent in zijn kuit. Hij belandt een tijdje in de gevangenis, maar ontsnapt aan jaren strafkamp omdat de dienstdoende commandant zijn vader kent.

Geen kans op een mooie aristocrate

Jaren later komt hij in een psychiatrische inrichting terecht. Bij het lezen van de klassieker «Het Rood en het Zwart» van Stendhal was hij tot het inzicht gekomen dat hij niet net zoals het hoofdpersonage Julien Sorel een mooie aristocrate kent, maar ook nog eens geen enkele kans maakte er een te leren kennen. Zijn vrienden uit de jeugdbende waartoe hij behoorde zijn of ter dood veroordeeld of zitten in een strafkamp. Hij ziet geen toekomst meer en snijdt zich met een scheermes in de pols.

Na enkele maanden in de inrichting ontfermt een wijze, oude psychiater zich over hem. Hij concludeert dat Limonov niet gek is maar een aandachtstrekker. Hij geeft hem het adres van een boekhandel in Charkov waar ze een straathandelaar zoeken.

Die gebeurtenis staat aan het begin van de vlucht die Limonovs leven neemt. In de proloog schrijft Carrère dat hijzelf net zoals de meeste vrienden uit een burgerlijk milieu in een rustig land komt. Je kan niet zeggen dat hij het leven hem ver van zijn sociale en geografische wortels heeft doen belanden. Maar de uit een kansloze buitenwijk afkomstige Limonov trekt de hele wereld rond en vertoeft in talloze milieus.

Via de boekhandel waar de psychiater hem naar verwees, is hij in aanraking gekomen met het literaire milieu in Charkov. Hij begint gedichten te schrijven en tooit zich met de naam Limonov, een samentrekking van «limon» (citroen) en «limonka» (granaat), om zijn scherpe en strijdlustige temperament aan te duiden.

Met de hoofdverkoopster van de boekhandel trekt hij naar Moskou. Het is het begin van vele omzwervingen met vele liefjes. In de jaren tachtig is hij zwerver en bediende van een miljardair in New York. In de jaren negentig verkeert hij in Parijs als cultschrijver in de hoogste literaire kringen. Daarna ziet hij zijn imago als underground-schrijver omslaan in dat van crimineel als hij vecht in dienst van de Servische krijgsheer Arkan.

Aan het begin van deze eeuw zit hij na zijn arrestatie in het Altaigebergte nabij de grens van Kazachstan, waar hij volgens de aanklacht een geheim trainingskamp zou hebben, vijftien maanden in de gevreesde Moskouse gevangenis Lefortovo. Na zijn vrijlating vormt hij met schaker Gary Kasparov de oppositiebeweging het Andere Rusland.

Carrère stelt zich als opdracht om zijn morele oordeel op te schorten en te trachten dit bijzondere leven in kaart te brengen en te begrijpen. Een alledaags burgermansbestaan is het bepaald niet. Hallucinant zijn bijvoorbeeld de gebeurtenissen in New York. Als Limonov in een park een zwarte man om een vuurtje vraagt, ontstaat een vechtpartij die uitmondt in een vrijage. Hij laat zich in zijn kont nemen. Als hij later wakker wordt en door de ontwakende stap loopt, is hij

«volmaakt gelukkig en trots op zichzelf. Ik ben niet bang geweest, denkt hij, ik hem me in mijn reet laten neuken. Molodjets! zou zijn vader zeggen: flink ventje!»

Nee, ik wil niet claimen dat deze later in Limonovs roman uit 1980 «De Russische dichter houdt van grote negers» vereeuwigde gebeurtenis iets zegt over de Russische ziel. Ja, ik vind dat je altijd voorzichtig moet zijn met generalisaties over de aard van een volk. Maar ik durf wel te zeggen dat we via Carrères portret van Limonov nieuw inzicht krijgen in het wereldbeeld van vele Russen en een totaal andere perceptie van de geschiedenis van de Sovjet-Unie.

Weemoed naar de Sovjet-Unie

Al had een overweldigende meerderheid van meer dan 90 procent van de Oekraïense bevolking zich op 1 december 1991 in een referendum voor de onafhankelijkheid uitgesproken, in de ogen van Limonov pleegde Jeltsin in het jachthuis in Wit-Rusland hoogverraad. Met de ontbinding van de Sovjet-Unie had hij miljoenen Russen in de steek gelaten, die nu zuchten onder islamitisch of, niet minder erg, democratisch bestuur.

Als oprichter van de partij van nationaal-bolsjewieken wil hij al in de jaren negentig haarden van verzet creëren in landen die vroeger tot de Sovjet-Unie behoorden en de oprichting van separatistische republieken stimuleren.

Het motto van «Limonov» is een uitspraak van Poetin:

«Wie het communisme terug wil, heeft geen hersens. Wie het niet mist, heeft geen hart.»

Aan het slot van het boek schrijft Carrère dat hij er zeker van is dat Poetin het honderd procent serieus meende toen hij dit zei en dat deze uitspraak de Russen, om te beginnen Limonov, uit het hart gegrepen is. Al zette Limonov zich de afgelopen jaren regelmatig af tegen Poetin, eigenlijk zijn het zielsverwanten, oordeelt Carrère.

«Nu hij (Poetin) aan de macht is laat hij zich net als Edward graag met ontbloot, gespierd bovenlijf fotograferen, in gevechtsbroek met een paracommandodolk aan zijn riem. Net als Edward is hij kil en berekenend, weet hij dat de mens een wolf is voor zijn medemens, gelooft hij alleen in het recht van de sterkste en in de absolute relativiteit van waarden, en maakt hij liever anderen bang dan zelf bang te zijn. Net als Edward voelt hij een diepe minachting voor huilebalken die een mensenleven heilig vinden.»

Carrère is bepaald kritisch over Poetin. Toch vindt hij hem een «groot staatsman» en wil hij niet geloven dat zijn populariteit louter te danken is aan het feit dat hij alle media in een houdgreep heeft. «Er is iets anders,» schrijft hij,

«Poetin blijft in alle toonaarden een boodschap herhalen waar de Russen naar snakken en die aldus kan worden samengevat:

«Men heeft niet het recht tegen honderdvijftig miljoen mensen te zeggen dat zeventig jaar van hun eigen leven, van het leven van ouders en grootouders, alles waarin ze hebben geloofd, datgene waarvoor ze hebben gevochten en offers gebracht, en zelfs de lucht die ze hebben ingeademd — dat het allemaal bullshit was».»

Poetins intense haat voor het westen is, suggereert Carrère, een reactie op het westerse dedain voor de Russische geschiedenis en het over een kam scheren van het stalinisme en het nazisme.

Boeddhistische wijsheid

Ik werd bijzonder getroffen door een boeddhistische wijsheid die een vriend van Carrère hem bijbracht:

«Een mens die zich hoger, lager of zelfs de gelijke acht van een ander mens, begrijpt de werkelijkheid niet.»

Carrère bekent dat hij geen medemens kan ontmoeten zonder zich al dan niet bewust af te vragen of hij minder of beter is dan hem.

Het schrijven van «Limonov» was een poging daaraan te werken en het oordeel op te schorten. Het resultaat is een meesterlijke proeve van inleving in de denkwereld van een ander, van een Rus, die wellicht voor vele Russen staat.

«De Correspondent», 6 augustus 2014

De teloorgang van een rebelse dichter

Mia Vaerman

Een of andere Rus

Arsenaal & Het Kwartier/Freek Mariën

De teloorgang van een rebelse dichter

Gezien op 27 januari 2023
Arsenaal, Mechelen

«Een of andere Rus», het stuk dat Freek Mariën van Het Kwartier schreef en regisseerde bij Arsenaal/Lazarus, schetst het leven van de Russische auteur Eduard Limonov (1943–2020) aan de hand van zijn gesprekken met een journaliste. We leren hem zo kennen als een dwarsdenker, een vechtjas, een vrouwenloper en een dronkenlap. Schitterend vertolkt, maar helaas wel een wat te lange theaterzit.

Een vergeefs leven : Russischer dan Eduard Limonov kan het niet worden. Voor even berucht, maar ondertussen alweer vergeten. Tussen 1943 en 2020 overleeft hij als schrijver en dwarsdenker, vrouwenloper en dronkaard. «Dissonant tussen de dissidenten», zo omschrijft hij zichzelf, in het nuchtere besef van zijn eigen verdoemde lot. Blijvende erkenning in de vorm van een Nobelprijs zoals tijdgenoot Josip Brodsky is hem niet gegund. Dan maar vechten aan de foute kant van de oorlog. «Een of andere Rus» gaat over een eeuwige loser.

«Een of andere Rus»

In een aftandse speelruimte staat diagonaal een constructie die het midden houdt tussen een tunnel — een schuilkelder misschien — en een bushokje met bank. Half uitgerolde stroken vasttapijt liggen ervoor. Alles half afgewerkt, net zoals Limonovs bestaan. Eva Binon speelt de journaliste Lotta die de arrogante dichter en opposant, een rol van Pieter Genard, uithoort en zo leert kennen. Het publiek met haar mee.

Lotta huurde Limonov in als tolk en chauffeur om tot Radovan Karadzic (ex-leider van de Servische republiek) door te dringen. Het zijn de jaren 1990: de oorlog in Joegoslavië woedt volop. Lotta wil Karadzic interviewen. De vier andere acteurs — Janne Desmet, Wanda Eyckerman, Tom Van Bauwel en Joris Van den Brand — vullen de vele personages in die Limonovs levenspad kruisen. Dat zijn in de eerste plaats de vier vrouwen die, geveinsd of juist fataal, zijn liefdesleven bepalen: Anna, Jelena, Jenny en Natasja.

Lotta raakt steeds meer geïntrigeerd door het wilde bestaan van Limonov, met zijn enorme ambities, suïcidale neigingen én een allesverterende bitterheid. Wat hij realiseert maakt hij meteen weer kapot. Hij kan het niet laten. Drank helpt hem daarbij, maar ook zijn compromisloze gedrag. Laf kan je hem niet noemen. Eerlijk wel. Dat geeft hem tegelijk iets onsympathieks én aantrekkelijks. Misschien was hij gewoon niet gluiperig genoeg om zijn ego voluit te ontplooien — al gingen zijn boeken alleen maar over hemzelf. Een figuur waar je wel voor zou vallen, bedacht ik even — als het lot van zijn liefjes niet al even erbarmelijk was. Ze plegen zelfmoord (Anna), duiken in de cocaïne en prostitutie (Jelena), leven nog oppervlakkiger dan in een ouderwets Dallas-feuilleton (Jenny), of bezwijken aan alcohol en nymfomanie (Natasja). Zou hij ze zo noodlottig kiezen?

In 150 minuten worden opgang en ondergang van de Rus en zijn muzes in beeld gebracht. Het begint bij zijn kinderjaren in Charkov-Oekraïne, in volle oorlogstijd. Vervolgens zoekt hij zijn geluk achtereenvolgens in Moskou, New York, Parijs (al komt die periode hier niet ter sprake) en weer Moskou op het ogenblik dat de USSR ineengestort is. De vele scènes vloeien slordig in elkaar over. Dat ligt ten dele aan het chaotische leven van Limonov zelf, maar ook aan de figuur van de zigeuner die regelmatig aan Limonov verschijnt. Hij is een soort geweten/wijze die Limonovs woeste acties becommentarieert. De vodka vloeit overvloedig, de Russische ziel braakt onvervulbaar verlangen, mateloze liefde en zwarte bitterheid uit.

Gelukkig houdt de raamvertelling — de dialogen tussen Lotta en Limonov tijdens hun tocht door oorlogsgebied — het relaas bij elkaar. Ook voor hen duurt de reis langer dan gewenst. Wat opvalt: in de scènes die tussen hun gesprekken door het leven van Limonov uit de doeken doen blijft Lotta toekijken. Ze komt soms zelfs tussenbeide, net zoals Tom Waes inbreekt in de actie van Vlaamse historische helden in «Het verhaal van Vlaanderen». Wat ook opvalt: alle acteurs spelen hun dialogen naar het publiek toe. Al staat de tegenspeler soms letterlijk achter hen. Dat werkt goed. Je ervaart het kunstmatige van die speelwijze niet als storend. Theaterpubliek leert (net als een filmpubliek dat niet telkens weer stap voor stap door een handeling moet worden geloodst).

Limonov leeft fel en goor. Van een klein crapuul in Charkov klimt hij op tot kleermaker en dissidente dichter in Moskou, dankzij uitgeefster/boekenverkoopster/salonhoudster Anna. Als hij daarna met fotomodel Jelena naar New York vlucht, slaagt hij erin één artikel te publiceren in een Russische krant. Daarin ontmaskert hij onverbloemd de realiteit van het dissidentschap. Russen zijn welkom in de VS om het te bejubelen als land van vrijheid en toekomst, maar… «niemand zit op ons te wachten. We worden als immigrant in een diepe put gedumpt. De muren zijn glad, en er is geen ladder. Er is geen touw om eruit te klimmen. Maar we zijn vrij!»

Einde van zijn carrière als journalist. Zijn liefje papt inmiddels aan met andere mannen en mogelijkheden. Hijzelf belandt in de goot, prostitueert zich met homo’s, wordt opgepikt door de huishoudster van een miljardair (Jenny), maar hij wil er niet mee settelen en zij verdwijnt, zwanger van weer een ander. Hij schopt het tot butler van de rijke Amerikaan, en schrijft ondertussen een paar boeken over zijn liederlijk bestaan. Die verkopen een tijd lang goed (één ervan werd in het Nederlands vertaald als «Russische dichter houdt van grote negers»). Met zijn nieuw vlam, de Russische nachtclub-zangeres Natasja, keert hij triomfantelijk terug naar zijn vaderland. Maar de verkoop van zijn boeken taant, en zij verliest zich in drank en seks. Misnoegd vertrekt hij als oorlogsmisdadiger. Uiteindelijk duikt hij weer op in het nieuwe Rusland van Poetin, alweer als dissident.

Genoeg stof om een (lang) theaterstuk aan te wijden. Freek Mariën hangt de vier bedrijven op aan de vier geliefden van Limonov. Tussen rauwe passie en plat opportunisme modelleert hij het flamboyante, maar miserabele bestaan. Oorspronkelijk duurde het toneelstuk zeven uur, maar hij schrapte tot er tweeëneenhalf uur overbleef. Toch had er nog meer geknipt kunnen worden. De uitgesponnen details dragen niet altijd genoeg bij om de lange zit te vergoeden. Natasja had bijvoorbeeld best een paar strofen minder mogen zingen. De toeschouwer snapt zo ook wel dat ze hem verleidt met haar talent. Ik betrapte me er ook op dat de passage over het oorspronkelijke idealisme van de communisten me niet meer kon boeien, al kwam daar net een wezenlijke gedachte: ons «vrije Westen» is ook maar een cliché. Limonov heeft toch wel een sterk punt in zijn eeuwige kritiek.

Het is dat sommige scènes de ene seconde nog grollig zijn, het volgende moment ideologisch bevlogen, en meteen daarna weer grauw. Echt ernstig klink de terechte maatschappijkritiek daarom niet door. Wat wel tot ver over het voetlicht komt is de meesterlijke vertolkingen door àlle vier de acteurs die de wisselende personages invullen, waarbij ze telkens in geen tijd van kostuum veranderen. Kolderesk is het woord. Ze verlenen de voorstelling de speelsheid van heus poppenkastheater. Tom Van Bauwel maakt schitterende karikaturen van de zelfingenomen Brodsky, de Franse uitgever, de vader van Limonov. Joris Van den Brande is meesterlijk als zigeuner en moeder. Janne Desmet en Wanda Eyckerman gooien zich in de vrouwenrollen met volle en zotte overtuiging. Het is puur genieten om hen bezig te zien en keer op keer een nieuwe figuur te ontdekken. Je zou gaan geloven dat er toch wel wat lol was in Limonovs leven.

De voorstelling werd in Coronatijden in Livestream gebracht op 5 maart 2021. Nu gaat ze eindelijk op tournee door Vlaanderen. Wel zoveel fijner om de spetterende spelers in het echt bezig te zien. Er gaat niets boven live theater.

«Pzazz», 5 februari 2023

^ наверх